De weide wordt één keer per jaar gemaaid. Na ongeveer twintig jaar is de bodem al duidelijk verschraald. Daarnaast wordt jaarlijks ratelaar gezaaid. Deze plant onttrekt voedingsstoffen aan graswortels, waardoor het gras minder sterk groeit en andere planten meer ruimte krijgen. Hierdoor verschijnen typische soorten uit de Alblasserwaard, zoals fluitenkruid, smeerwortel, valeriaan, kattenstaart en koninginnenkruid. Inmiddels groeien hier ook rietorchissen. Vroeger graasde het vee op de weide, wat nu niet zo veel meer voorkomt.