Deel 2: Orchissen in de Alblasserwaard
Tekst en foto’s: Rick Dekker
Na het eerste deel van deze serie vraagt u zich misschien af welke orchideeën u zelf in de Alblasserwaard kunt tegenkomen. In dit deel neem ik u mee op een tocht door het seizoen. We volgen de orchideeën van de eerste bloeiers in het voorjaar tot de laatste soorten van de zomer. Onderweg bezoeken we natte hooilanden, blauwgraslanden en bosranden, stuk voor stuk plekken waar deze bijzondere planten zich thuis voelen.



Tussen de paarse bloemen duiken soms planten op die net iets afwijken van de rest. Dat is niet gek voor Dactylorhiza’s. Deze orchideeën staan bekend om hun variatie en hun vermogen om hybriden te vormen. Hier staat tussen de ‘normale’ brede orchissen de hybride Dactylorhiza × aschersoniana, een hybride tussen brede orchis en vleeskleurige orchis. Bijzonder is dat er langs het dijkje waar deze hybride staat, geen vleeskleurige orchissen staan. Na verloop van tijd kunnen de “ouderplanten” verdwijnen, waarna alleen de hybridevorm nog overblijft.


Ook de grote keverorchis (Neottia ovata) begint rond deze periode te bloeien. In de Alblasserwaard is deze soort echter zeer zeldzaam er is slechts één groeiplaats bekend. Buiten de Alblasserwaard is zij veel eenvoudiger te vinden.
In mei bereiken de orchideeënveldjes hun hoogtepunt. De schrale, kalkrijke graslanden en blauwgraslanden kleuren langzaam met tientallen bloeiers. Terwijl tureluurs luid alarm slaan boven de weilanden, vinden we enkele bloemen van een elegante soort: de bosorchis (Dactylorhiza fuchsii). De bloemen zijn meestal lichtroze tot bijna wit en versierd met een fijne paarse tekening. Kenmerkend is de duidelijk drielobbige lip, waarvan de middelste lob langer is dan de twee zijlobben. Wie goed oplet, zal merken dat bosorchissen vaak groeien op plekken waar ook tormentil voorkomt. Beide soorten waarderen dezelfde schrale omstandigheden.

In natter terrein treffen we de vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata). Deze soort groeit graag tussen kruipwilg, watermunt en andere planten van vochtige graslanden. De bloemen zijn kleiner en variëren van lichtroze tot paars. De bladeren zijn meestal smal, lichtgroen en ongevlekt.


Net iets later in het voorjaar verschijnen nog twee bekende soorten: de gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata) en de rietorchis (Dactylorhiza praetermissa).
De gevlekte orchis dankt haar naam aan de donkere vlekken op de bladeren. De bloemen zijn lichtroze tot wit en voorzien van een opvallende paarse tekening.

De rietorchis lijkt op het eerste gezicht sterk op de brede orchis, maar heeft meestal ongevlekte bladeren en is een stuk groter. De bloemen zijn vaak donkerder van kleur en minder sterk getekend. Deze soort groeit graag in vochtige, voedselarme vegetaties waar riet en kale jonker aanwezig zijn.
Juist in deze periode wordt duidelijk waarom orchideeënliefhebbers soms hoofdbrekens hebben bij het determineren. Vrijwel alle Dactylorhiza-soorten bloeien tegelijkertijd, terwijl ook hybriden en lokale varianten voorkomen. Niet iedere plant voldoet daarom precies aan de kenmerken in een veldgids.


In een volgend deel van deze serie gaan we dieper in op het herkennen van de verschillende soorten en besteden we extra aandacht aan de soms ingewikkelde wereld van de handekenskruiden.
Terwijl de handekenskruiden nog volop bloeien, houden we ook de ogen open voor een bijzondere verschijning: de bijenorchis (Ophrys apifera).
In de Alblasserwaard is deze soort uiterst zeldzaam. Wie haar aantreft, mag zich gelukkig prijzen. Gelukkig is de herkenning eenvoudig. Op een lichtgroene stengel staan enkele verspreide bloemen met roze kelkbladen en een opvallende lip die sterk lijkt op een bij, zowel qua vorm als kleur.

Wanneer veel voorjaarsorchideeën alweer uitgebloeid raken, nemen andere soorten het stokje over. In natte vegetatie bloeit de zeer zeldzame moeraswespenorchis (Epipactis palustris). Deze sierlijke soort vormt een losse bloeiwijze met meerdere hangende bloemen. De combinatie van wit, lichtroze en purperbruin maakt haar tot een van de mooiste orchideeën van Nederland. Vaak groeit zij samen met zomprus en watermunt.


Op kalkrijke graslanden, dijken en soms zelfs in grote plantenbakken kunnen we hondskruid (Anacamptis pyramidalis) tegenkomen. Deze soort valt direct op door de karakteristieke piramidevormige bloeiwijze. De talrijke felroze bloemen steken vaak opvallend af tegen de omringende vegetatie.

Tenslotte bezoeken we een van de Alblasserbossen. Hier bloeit van juni tot ver in augustus de brede wespenorchis (Epipactis helleborine), een van de algemeenste orchideeën van Nederland.

De planten kunnen bijna een meter hoog worden. De groenachtige bloemen variëren sterk in kleur en tekening, maar de brede, duidelijk generfde bladeren verraden vrijwel altijd de soort. Vaak groeit zij langs paden en bosranden, tussen braam, brandnetel en andere soorten van voedselrijke bosbodems.
Wanneer ook de brede wespenorchis is uitgebloeid, breekt een rustige periode aan. De orchideeën verdwijnen weer uit beeld en laten slechts hun zaaddozen achter. Het is het moment om terug te kijken op een seizoen vol bijzondere ontmoetingen, maar ook om alvast uit te kijken naar het volgende voorjaar, wanneer de eerste rozetten opnieuw boven het gras verschijnen.