Orchissen Deel 1
Het begin van mijn fascinatie
tekst en foto’s: Rick Dekker
Wie aan orchideeën denkt, denkt al snel aan de kleurrijke bloemen die op grootmoeders vensterbank staan. Je weet wel de, vaak tropisch uitziende, roze of witte vlinderachtige bloemen die aan een stokje lijken te groeien. Nu wil ik het niet hebben over de orchideeën die iedereen wel kent, maar over de veel onbekendere orchideeën, ook wel orchissen genoemd. Ik kwam er ook pas enkele jaren geleden achter dat er ook in Nederland orchideeën groeien en sindsdien is mijn nieuwsgierigheid gewekt.
De plant die bekend is via een grootmoeder is een van de honderden orchideefamilies en één van de duizenden soorten die er wereldwijd te vinden zijn. Het is zelfs de grootste bloemenfamilie ter wereld en telt zo’n 35.000 soorten. Enkele van die soorten bloeien ook in ons, totaal niet tropisch, landje. Hoe onverwacht ook, bloeien er toch zo’n 38 soorten in Nederland en dan ook nog hybride- en ondersoorten. Totaal kunnen er tegen de 100 (onder)soorten en hybriden gevonden worden!

Ondertussen heb ik tot begin dit jaar al 15 soorten gezien, dat lijkt misschien niet veel, dat dacht ik aan het begin ook. Wat blijkt, er zijn er van de 38 soorten, 8 niet zeldzaam. Dat betekent dat ik in de komende tijd nog mag gaan zoeken naar 23 zeldzame orchissoorten, want de algemenere soorten heb ik al gezien. Om het nog erger te maken zijn er van de 38, 26 zeer zeldzaam. Deze soorten komen vaak maar op enkele plekken voor en zijn voor een korte periode bloeiend waar te nemen. Wat het zoeken vooral moeilijk maakt is de verborgen status op waarneming.nl, dat maakt dat orchissen zoeken veel moeilijker is dan ik vooraf had gedacht. Orchissen laten zich niet zomaar gevonden worden, dus was er meer onderzoek voor nodig.

Hieronder staan enkele voorbeelden:
- hondskruid (Anacamptis pyramidalis) produceert geurstoffen die vlinders aantrekken.
- bijenorchis (Ophrys apifera) bootst het uiterlijk van een vrouwtjesbij na en lokt zo mannelijke bijen, al is deze soort in Nederland meestal zelfbestuivend.
- moeraswespenorchis (Epipactis palustris) wordt vaak bezocht door zweefvliegen, wespen en andere insecten.

De bloeitijd per bloem is relatief kort, maar de hele bloei van een plant kan zich in het beste geval over meerdere weken uitstrekken. Na de bloeiperiode zal de orchis zich gereed maken voor verspreiding. Orchideeën planten zich voort via twee strategieën: generatieve voortplanting via zaad, en vegetatieve vermeerdering via ondergrondse structuren.
De meeste Nederlandse orchideeën produceren duizenden tot miljoenen zeer kleine, stofachtige zaden. Deze zaden zijn zo licht dat ze gemakkelijk door de wind verspreid worden over grote afstanden. Echter de kiemingskans is uiterst klein, omdat de zaden alleen kunnen kiemen wanneer ze in contact komen met de juiste schimmelsoort. Die afhankelijkheid van specifieke mycorrhiza (grondschimmels die samenwerken met de plant) beperkt de daadwerkelijke vestiging van zaailingen tot geschikte, vaak zeldzame landschapstypes. Na het uitwaaien van het zaad is het nog niet klaar. De meeste orchissen kunnen er lang over doen om zichtbaar te worden na het landen van het zaadje, soms tot wel 8 jaar voordat er een blad tevoorschijn komt! Als het zaadje gaat kiemen zal zich eerst een bladrozet vormen, meestal kun je hier de soort al aan herkennen. Het is niet elk jaar gegarandeerd dat er bloemen komen, soms blijft het slechts bij een karig rozet terwijl hij in het volgende jaar volledig in bloei kan komen te staan.

Naast zaadproductie kunnen veel orchideeën zich ook vegetatief uitbreiden. Soorten met wortelstokken, zoals de brede wespenorchis (Epipactis helleborine), breiden zich uit door nieuwe scheuten te vormen vanuit het ondergrondse wortelstelsel.
Het leukste onderdeel van planten, en dus ook orchissen, vind ik de connectie met het landschap. Aan het landschap kun je vaak al zien welke soorten planten je zou kunnen vinden, maar andersom werkt het net zo. Aan de planten kun je zien in welk landschap je je bevindt. Dat is zelfs zo kenmerkend dat er zoiets bestaat als plantgemeenschappen. Zo’n plantgemeenschap bestaat uit verschillende plantensoorten die allemaal op dezelfde grondtype kunnen groeien en dus bijna altijd samen te vinden zijn. Zo heeft de brede orchis een hele sterke voorkeur voor de plantgemeenschap van de “matig voedselrijke graslanden”. Bij plantgemeenschappen kun je doormiddel van co-existentie (betekent: samenleven) zien met welke soorten hij het meest samen word gezien. Bij het zien van gewoon reukgras, veldzuring, echte koekoeksbloem en grote ratelaar is de kans erg groot dat er ook ergens een brede orchis (Dactylorhiza majalis) staat.
Vanuit mijn opleiding leer ik hierover en zo heb ik geleerd dat voor mij de habitat, plantgemeenschap en bloeitijd de belangrijkste onderdelen zijn waar ik op moet letten om orchissen te kunnen vinden. Met inzichten over habitats kun je de verschillende landschappen onderscheiden en vinden, door het herkennen van vochtige hooilandjes, duinvalleien en kalkgraslanden, zij bepalen de geschikte orchishabitat een stuk gemakkelijker. De plantgemeenschappen geven aan welke planten vaak rondom de orchissen kunnen groeien. Het herkennen van andere soorten die in de buurt van orchissen groeien, helpt en vergemakkelijkt het zoeken nog meer. De bloeitijd is ook belangrijk, de meeste orchissen bloeien vrij kort en zijn buiten hun bloeitijd haast niet te vinden. Al met al moet je veel kunnen herkennen en met veel factoren rekening houden.


Juist in de Alblasserwaard ga ik op zoek naar orchissen, vooral brede wespenorchis, rietorchis, brede orchis en wellicht een ondersoort of hybride variant van de laatste twee, deze komen hier het meest voor. De brede wespenorchis houdt vooral van een beboste en voedselrijke omgeving. De rietorchis en brede orchis komen speciaal voor op schrale graslanden en dijken. In deel 2 van deze serie kom je meer te weten over de orchissen in de Alblasserwaard.
Mocht je ondertussen al een enkele soort opgezocht hebben op Waarneming.nl dan heb je gezien dat bijna alle soorten verborgen staan en dat is met een reden. Het zijn namelijk erg kwetsbare plantjes op kwetsbare bodem, die het gestamp en geplet van onoplettende enthousiastelingen niet echt kunnen gebruiken. Vaak worden de stukken grond waar ze op groeien ook speciaal beheerd door bijvoorbeeld Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten en zijn dus niet toegankelijk voor wandelaars, negeer de bordjes dan ook niet! Door het verhoogde risico van het uitsterven van de plantjes is er voor gekozen om de locatie niet openbaar te maken, dat maakt het vinden van de soorten wel moeilijker. Maar mocht je ze wel zelf kunnen vinden, dan is je kennis (en waarschijnlijk respect voor natuur) hopelijk groot genoeg om deze plantjes op een veilige manier te bewonderen.